Of een leerling onder- of overprikkeld is, kan een leerkracht zien aan het zichtbaar gedrag van een leerling. Monique geeft verschillende voorbeelden.
Herkennen onderprikkeling
Als eerste onderprikkeling. “Als prikkelfilters te streng zijn, komt er niet voldoende informatie binnen. Leerlingen zitten een beetje te suffen en merken dan bijvoorbeeld niet op dat hun naam afgeroepen wordt, of dat andere leerlingen hun spullen al aan het opruimen zijn en overgaan naar een andere taak. De onderprikkelde leerlingen blijven daardoor onderalert en soms in de taak hangen, waarmee ze bezig waren. Of ze zijn erg druk omdat ze op zoek gaan naar meer en sterkere prikkels. Voor leerkrachten betekent het dat zij deze leerlingen moet helpen te activeren. Je kunt zo’n leerling taken geven om eens flink te bewegen. Een leerkracht kan zo’n leerling bijvoorbeeld schriftjes laten uitdelen of stoelpush-ups laten doen. Ook adviseren we vaak om met statafels te werken. Je gebruikt dan meer spieren en activeert meer je lichaam.”
Herkennen overprikkeling
En dan de overprikkeling: “Een leerkracht herkent dat een leerling overprikkeld is, wanneer het in de klas snel gespannen raakt, boos wordt, een kort lontje heeft en bijvoorbeeld aangeeft ‘dat het gek van de anderen wordt’. Dat gedrag is vaak een gevolg van overprikkeling. De signalen komen voor die leerlingen op dat moment te sterk door, waardoor ze niet kunnen werken. Een leerkracht kan dan ingrijpen door zo’n leerling op een rustigere plek neer te zetten of de leerling bij een taak op de computer vertellen dat het een capuchon op mag doen. Bij dat ingrijpen is het belangrijk dat de leerkracht naar de leerling de reden voor de strategiebenoemt. De leerling realiseert zich daardoor dat er ruimte is voor strategieën. De leerling leert om zelfstandig aan te geven wanneer een strategie nodig is, bijvoorbeeld: ‘mag ik naar een rustigere plek?’.”
Leerkrachten weten nu hoe ze onder- en overprikkeling moeten herkennen (zie ook onderstaand kader), maar weten nog niet hoe ze er bij het lesgeven rekening mee moeten houden. Dat leren ze in deel 3.
KADER
Checklist herkennen onderprikkeling
- Leerlingen zitten te suffen.
- Leerlingen horen niet wanneer hun naam afgeroepen wordt.
- Leerlingen blijven in taak hangen, terwijl rest van klas verder gaat.
Checklist herkennen overprikkeling
- Een leerling raakt snel gespannen.
- Een leerling wordt snel boos.
- Een leerling zegt: “Ik word gek van anderen.”