Overschakelen van vakantieritme naar schoolritme

Tijdens de vakantie hebben veel gezinnen een ander ritme dan tijdens het schooljaar. Je kunt de overgang van de dagindeling van de vakantie naar die van de school geleidelijk laten verlopen. Begin bijvoorbeeld in de laatste week van de vakantie het slaappatroon aan te passen. Laat je kind elke dag iets vroeger naar bed gaan en iets vroeger opstaan. Dit helpt je kind om in het schoolritme te komen. Denk ook na over het eetpatroon en de hoeveelheid schermtijd die misschien zijn versoepeld tijdens de vakantie. Het weer in kleine stapjes teruggaan naar de duidelijke afspraken en structuur van voor de vakantie gaat je kind helpen bij de overgang naar school. Ook kun je alvast kijken naar de schoolspullen die je kind nodig heeft.

Wat vindt je kind ervan om weer naar school te gaan? 

Vraag de week voordat school weer begint hoe je kind het vindt dat school weer begint. Waar heeft het je kind zin in, waar kijkt het juist tegenop? Wat heeft je kind gemist aan school? Misschien zijn dat vrienden, bepaalde lessen of activiteiten, of de structuur die je kind houvast geeft. Verheug je samen met je kind op leuke vooruitzichten, zoals het schoolreisje, leren lezen in groep 3, bij de bovenbouw horen als je kind naar groep 6 gaat, of de musical in groep 8.

Houd vast aan wat werkte tijdens de vakantie  

De overgang naar school wordt makkelijker als je kind dingen kan blijven doen die het leuk vond tijdens de vakantie. Werd het bijvoorbeeld blij van buiten spelen? Of juist van lekker een boek lezen? Of hebben jullie een sport ontdekt die je kind leuk vindt? Kijk dan of je kind daarmee kan doorgaan als het schooljaar begint.

Ook kun je gewoonten die goed werkten tijdens de vakantie, proberen vast te houden. Bijvoorbeeld dagelijks een moment van ontspanning of een andere gewoonte waardoor je kind zich goed voelt. 

Mijn kind blijft zitten. Wat nu?

Zittenblijven ligt vaak gevoelig. Geef je kind in dat geval al tijdens de vakantie de ruimte om het erover te hebben. Maar zorg er ook voor dat de vakantie niet helemaal in het teken van het zittenblijven komt te staan. Waarschijnlijk kent je kind al wel een paar kinderen of blijft de leerkracht hetzelfde. Als het je kind helpt, kan het misschien alvast contact leggen met kinderen uit de nieuwe klas. Dat verlaagt de drempel om aan het nieuwe schooljaar te beginnen.

Veranderingen in het nieuwe schooljaar

De start van een nieuw schooljaar brengt vaak veranderingen mee, zoals nieuwe groepsindelingen, nieuwe kinderen in de klas of een andere leraar. De eerste dagen en weken op school zijn belangrijk voor het vormen van groepen en vriendschappen. Daarom de volgende tips:

  • Praat met je kind over wat het kan verwachten. Vooral als er nieuwe kinderen in de klas komen, als er een nieuwe groepsindeling is of als het zelf in een andere klas komt.

  • Praat over de vakken die anders zijn dan vorig jaar en over andere kinderen in de klas.

  • Nodig een klasgenootje uit met wie je kind al bevriend is, bijvoorbeeld in de laatste week van de vakantie.

  • Gaat je kind naar een nieuwe school? Bezoek de school dan voordat het schooljaar begint en probeer alvast kennis te maken met de nieuwe klasgenoten. Dat maakt het voor je kind vaak wat minder spannend.

  • Wees je bewust van jouw invloed als ouder. Als jij negatief of bezorgd praat over kinderen uit de klas of over de nieuwe leerkracht, dan zal je kind dat overnemen. Belicht de positieve kanten, dat gaat je kind helpen positief aan het jaar te beginnen.

Hoe kun je je kind stimuleren?

Praat met je kind over wat het in het nieuwe schooljaar wel en niet wil doen. Misschien wil je kind nieuwe vrienden maken, beter opletten in de klas of ergens beter in worden. Vraag je kind hoe het dat wil gaan doen en hoe jij daarbij kunt helpen. Daarmee stimuleer je het zelfvertrouwen en kan je kind enthousiast aan het nieuwe schooljaar beginnen.

Wat kun je thuis veranderen?

Het nieuwe schooljaar is een mooi moment om de zelfstandigheid van je kind te stimuleren. Afhankelijk van de leeftijd van je kind kun je samen een nieuwe taak afspreken. Bijvoorbeeld de tafel dekken, de vaatwasser uitruimen of de planten water geven. Kies iets wat bij je kind past. En geniet ervan dat je kind weer nieuwe dingen kan.