Waarom maakt een plant gifstoffen aan?

In de wetenschap geldt: alles is giftig, niets is gifvrij; alleen de dosering bepaalt of iets giftig is. Giftige stoffen kunnen al in kleine hoeveelheden de normale werking van het lichaam verstoren. Planten maken deze stoffen aan als natuurlijke afweerstoffen. Zo voorkomen ze dat ze worden opgegeten door insecten, larven, zoogdieren en/of schimmels.

Veel van deze gifstoffen leveren voor mensen weinig of geen problemen op. Toch verschilt het effect van giftigheid en klachten per plantensoort. De ene plant is volledig veilig om te eten, terwijl anderen alleen eetbare onderdelen hebben. In een schooltuin is het daarom belangrijk om te weten welke planten wel en niet giftig zijn. Deze kennis helpt om een veilige omgeving te maken waar kinderen mogen tuinieren, leren en proeven.

Onkruiden zijn geen slechte planten

Onkruid is de term voor planten die voor op ons ongewenste plekken groeien. Het is geen officiële plantengroep, maar het zijn ook geen slechte planten. Ze zijn  juist zeer waardevol voor insecten en biodiversiteit. Sommige onkruiden kan je zelfs eten en kunnen een toevoeging zijn aan de maaltijd. Denk maar eens aan brandnetelsoep. Andere onkruiden kunnen wél giftig zijn, ook als ze familie zijn van bekende groentegewassen in de schooltuin.

Hoe weet je of onkruid giftig is voor mensen?

Er zijn geen algemene uiterlijke kenmerken om giftige planten te herkennen. Je bepaalt de giftigheid van een plant door de exacte soortnaam te achterhalen en te raadplegen via betrouwbare bronnen. Duidelijke afspraken helpen bij het oogsten en eten uit de schooltuin. Spreek met kinderen af dat ze nooit iets direct uit de tuin eten zonder dit eerst te vragen. Bespreek met hen dat niet alles wat in de natuur groeit ook eetbaar is. En zorg voor een begeleider die altijd controleert of een plant goed is herkend, voordat er wordt geoogst.

Onkruid herkennen

Soms is het moeilijk om onkruiden te onderscheiden van groentegewassen. Vooral in de kiemfase is het verschil onduidelijk. Markeer daarom welke zaden waar zijn gezaaid. Een zaaiplan of duidelijke plantenlabels helpen daarbij al enorm.

Ook in de latere groeifase kunnen planten op elkaar lijken. Dat zien we bijvoorbeeld bij de nachtschadefamilie (Solanaceae). Deze plantenfamilie bevat bekende gewassen, maar ook enkele giftige, wilde soorten die in de schooltuin kunnen voorkomen.

Deze schooltuingewassen kan je wel en niet eten

1. Nachtschadefamilie (Solanaceae)

Veel populaire schooltuingewassen behoren tot de nachtschadefamilie: aardappels, tomaten, aubergines, paprika’s en pepers. Deze plantenfamilie bevat natuurlijke afweerstoffen (glycoalkaloïden).

Sommige afweerstoffen, zoals atropine en nicotine, kunnen giftig zijn voor mensen; ze beïnvloeden het zenuwstelsel. Elke plantengroep van deze plantenfamilie maakt een ander soort gifstof aan als chemisch afweersysteem met een andere werking. Deze stoffen hopen op in de groene delen van de plant.

Een paar handige vuistregels:

·       Eet alleen aardappelen die niet groen zijn – Aardappels maken solanine vooral aan in groene delen, uitlopers en in groene aardappels. Eet van de aardappelplant dus alleen aardappels die niet groen zijn!

·       Eet alleen rijpe, rode tomaten – Tomaten maken vooral tomatine aan in de groene delen en onrijpe vruchten. Eet dus alleen rode tomaten.

·       Groene, rode en gele paprika’s zijn veilig – Paprika’s bevatten solanine. In de groene zit meer solanine dan in de rode en gele, maar het bevat nog steeds een veilige dosis.

2. Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)

In diverse koolsoorten zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, radijs en koolraap zitten gifstoffen (glucosinolaten). Deze stoffen zorgen ook voor de specifieke smaak van de koolsoorten. Er zijn sterke aanwijzingen dat sommige van deze natuurlijke gifstoffen (met name sulforafaan in broccoli) ons lichaam beschermen tegen kankerverwekkende stoffen. Maar let op: grote hoeveelheden kolen kunnen ervoor zorgen dat de schildklier minder goed werkt.

3. Komkommerfamilie (Cucurbitaceae)

Tot de komkommerfamilie behoren de komkommer, courgette en pompoen. Zij zijn over het algemeen veilig en eetbaar, maar kunnen giftig worden door de bittere stof cucurbitacinen. Is er sprake van hitte, wisselende droge en natte omstandigheden of schimmel? Dan zorgen deze stressvolle omstandigheden voor een verhoogd gehalte cucurbitacinen. Het eten van deze zeer bittere vruchten wordt afgeraden.

4. Amarantenfamilie (Amaranthaceae)

Spinazie, rode biet en snijbiet bevatten specifieke plantengifstoffen, zoals oxalaten en nitraten, als natuurlijk afweermechanisme tegen insecten. Volgens het Voedingscentrum is de hoeveelheid van deze stoffen in normale groenten niet schadelijk, omdat een gezond lichaam deze via de urine en ontlasting probleemloos afvoert.

5. Samengesteldbloemige familie (Asteraceae)

Kropsla, andijvie en andere slasoorten produceren van nature geen stoffen die dodelijk zijn voor de mens. De plant maakt wel het melksap lactucarium aan om insecten af te weren. Dit witte, bittere sap bevindt zich in de vaten van de plant.

6. Uienfamilie (Allium)

Ui, knoflook, prei, sjalot en bieslook zijn zeer giftig voor huisdieren zoals honden en katten, maar volkomen veilig voor gezonde mensen.