Praktische aanpassingen zijn soms heel eenvoudig, zegt Monique. “Hang een bordje op de deur met ‘Nu even niet’, op momenten dat storen niet gewenst is. Het komt namelijk vaak voor dat mensen even een klaslokaal binnenlopen met een vraag. Door het bordje op rood te zetten, geef je aan dat dat op dat moment niet mag.” Ze noemt nog een gemakkelijke aanpassing. “Sommige leerlingen willen even de klas uit en de gang op. Omdat ze beweging nodig hebben wanneer ze te lang stil zitten (onderprikkeld). Of omdat er in de klas op dat moment te veel prikkels zijn (overprikkeld). Die leerlingen kun je een aantal kaarten geven – bijvoorbeeld drie – en een bepaalde tijd dat ze weg mogen. Bij elke keer dat een leerling de behoefte heeft, levert de leerling een kaart bij de leerkracht in. De leerling kan dan naar de wc, maar ook bijvoorbeeld – als dat er is – even gebruik maken van een beweegcircuit op de gang. Op zo’n manier komt een leerling tot rust – bij overprikkeling – of kan het zich juist weer activeren – bij onderprikkeling.”

Ze benadrukt opnieuw het belang van maatwerk. “Niet alle oplossingen hoeven klassikaal uitgevoerd te worden. Als je ademhalingsoefeningen doet, wil je niet dat de onderprikkelde leerlingen nog verder wegsuffen. En als je met de hele klas gaat bewegen, wil je niet dat de overprikkelde leerlingen nog verder overprikkeld raken. Geef de betreffende leerlingen daarom de ruimte om niet mee te doen en leg uit waarom.”

Leerkrachten weten nu wat zintuiglijke prikkelverwerking is (deel 1) en hoe ze bij zintuiglijke prikkelverwerking signalen kunnen herkennen (deel 2). Ook hebben ze geleerd hoe ze er rekening mee moeten houden (deel 3) en hoe ze met kleine praktische ingrepen al vooruitgang kunnen boeken (deel 4). Maar ook beslissers kunnen een rol spelen. Daarover meer in deel 5.

KADER

Praktische quick wins

  • Hang een bordje op de deur met ‘Nu even niet’, wanneer storen niet gewenst is.

  • Geef leerlingen drie ‘even-uit-de-situatie-kaarten’ en spreek af hoe lang ze weg mogen blijven.