De overstap naar het voortgezet onderwijs (VO) blijkt echter een struikelblok: waar basisschoolleerlingen gewend raken aan veel beweging, vervallen VO-leerlingen vaak weer in een zittend dagritme. Dit was voor Weltens aanleiding om het traject uit te breiden naar zes VO-scholen. Deze scholen zoeken ieder op hun eigen manier naar mogelijkheden om meer beweging te integreren, bijvoorbeeld in lessen, pauzes of na schooltijd. Vaak gaat het om kleine ingrepen, zoals sportzones of meer speelmateriaal. Belangrijk is de langdurige samenwerking, waarbij scholen ook na de startfase ondersteund worden via bijvoorbeeld beweegteams.
De Gezonde School-aanpak helpt scholen structureel meer beweging te realiseren. Hierbij worden externe experts en interventies gecombineerd met een stevige interne organisatie, zoals werkgroepen, visieontwikkeling en samenwerking met partners zoals het Kenniscentrum Sport & Bewegen en lokale initiatieven zoals het Sportakkoord.
Een grote uitdaging blijft het motiveren van pubers en het benutten van vaak beperkte ruimtelijke mogelijkheden. Daarom worden leerlingen actief betrokken bij het proces, bijvoorbeeld door mee te denken over beweegvriendelijke schoolpleinen.
De belangrijkste tip voor scholen is om klein te beginnen: formuleer een duidelijke ambitie, betrek een Gezonde School-adviseur en stel een beweegteam samen met onder andere een coördinator Dynamische Schooldag. Grootschalige veranderingen zijn niet meteen nodig; ook kleine stappen kunnen een groot verschil maken zonder dat het extra lestijd kost.