Wensen en grenzen

Uit een recent onderzoek blijkt dat middelbare scholieren seksuele vorming op school met een 5,8 waarderen. Het rapport van Rutgers en RSI bevat daarom concrete aanbevelingen om seksuele vorming structureel te verbeteren. Seksuele vorming moet verplicht worden in de hogere klassen van het voortgezet onderwijs. Leraren moeten worden toegerust door seksualiteit en seksuele diversiteit op te nemen in hun opleiding. Ten slotte moeten de kerndoelen voor scholen worden uitgebreid. Seksuele vorming gaat verder dan de basisbeginselen van menselijke biologie en gendergelijkheid. Er is meer aandacht nodig voor wensen en grenzen, wederzijds respect en adequate informatie over seksualiteit. Dit is de enige manier om goed burgerschap te bevorderen en seksueel geweld uit te bannen.

Concrete wegen naar verbetering

Hoewel seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in Nederland over het algemeen toegankelijk en beschermd zijn, blijven er uitdagingen bestaan. Het voortduren van seksueel geweld, gebrek aan toegang tot adequate informatie, voorbehoedsmiddelen en zorgverlening, vooral voor groepen die al kwetsbaar zijn, was voor Rutgers reden voor een grondige evaluatie.

In september wordt in Genève het rapport aangeboden. Met daarin de volgende aanbevelingen:

  • Breid het verplichte seksuele vorming uit tot alle klassen van de middelbare school, waarbij seksuele vorming wordt aangeboden tot de leeftijd van 18 jaar.
  • Stel voldoende middelen beschikbaar voor het Nationaal Actieplan Seksueel Geweld en kies voor een gendertransformatieve en jeugdvriendelijke aanpak. De nadruk moet liggen op preventie, cultuurverandering en uitbanning van schadelijke normen.
  • Kom met betere methoden voor het verzamelen van gegevens over de toegang tot anticonceptie en zorgverlening voor risicogroepen.

Rutgers volgt de Universal Periodic Review nauwlettend en dringt aan op het betrekken van maatschappelijke organisaties en netwerken bij een plan van aanpak door de Nederlandse regering.

Over de UPR

Het UPR-proces, waarin een land verslag doet van zijn eigen mensenrechtensituatie, biedt ruimte voor bijdragen van maatschappelijke organisaties, schaduwrapporten genoemd. Na de rapportage ontvangt de staat in kwestie aanbevelingen voor verbetering van andere lidstaten. Nederland was in 2017 voor het laatst aan de beurt. Sindsdien zijn op basis van de aanbevelingen enkele verbeteringen doorgevoerd, maar er moet nog veel werk worden verzet. De Universal Periodic Review is een verplicht proces voor elke VN-lidstaat en bestaat sinds 2005.

Lees hier het volledige rapport.